brandwonden patienten vereniging uz gent brandwonden patienten vereniging uz gent brandwonden patienten vereniging uz gent brandwonden patienten vereniging uz gent brandwonden patienten vereniging uz gent brandwonden patienten vereniging uz gent brandwonden patienten vereniging uz gent
1 2 3 4 5 6 7

Getuigenissen van patiënten

Getuigenis 1: Oudejaarsavond 31 december 1994 - Switel Hotel Antwerpen.

Het was de bedoeling al feestend het nieuwe jaar in te gaan met mijn dochter, een vriendin en haar moeder. Een brandende kerstboom met een daaropvolgende inferno besliste hier echter anders over. Eind januari 1995, ontwaakte ik in het UZ Gent, in het brandwondencentrum. Alles wat er gebeurd was, was weggevaagd. Nachtmerries zijn mij hierdoor gespaard gebleven. Stuk voor stuk werd mij het verhaal verteld en werd mij bijgebracht in welke situatie ik terecht gekomen was. Het drama voltrok zich: mijn dochter van 21 jaar was 30% verbrand, ik - een vrouw van 44 jaar - was voor 55% verbrand, mijn vriendin (38 jaar) vocht voor haar leven, haar moeder (66 jaar) was dood. Het besef over de gevolgen had ik nog niet. Ik was verpakt als en mummie en vocht tegen de pijn, ellende en het verdriet maar ook worstelde ik met enorme vraagtekens over de toekomst. Maanden van opeenvolgende operaties en het ontdekken van mijn beschadigd lichaam volgden. Het werden bijna 8 maanden.

Moedeloosheid, depressies sloegen regelmatig toe, maar het geduld, de gesprekken en de goede zorgen van en met het verplegend personeel en familie gaven me de kracht om door te gaan. Na drie maanden kon eigenlijk mijn dochter mij komen bezoeken, het was de eerste keer dat we zolang gescheiden waren. We hebben een heel hechte band daar ik tien jaar gescheiden ben en we alles samen beleefden. Haar doorzettingsvermogen heeft me gered. Als ik op 17 augustus '95 de beschermende omgeving van het ziekenhuis verliet, moest ik ondervinden waarvoor iedereen me verwittigd had. Een nieuw gevecht moest geleverd worden, maar nu met de buitenwereld. De starende blikken van de mensen, de kinderen die angstig worden als ze me zien: het went nooit. Ik ben altijd heel zelfstandig geweest, maar doordat mijn rechtervingers geamputeerd zijn, wil iedereen mij helpen, vooral in de winkels. Bij de banken en op andere plaatsen vroegen ze of ik nog wel kon schrijven. Het is goed bedoeld, maar er is nog wel veel onwetendheid. Sommigen zien mij nu precies ook als verstandelijk gehandicapt. Bijna elke dag worden er herinneringen opgehaald. Foto's van vroeger, mijn spiegelbeeld elke morgen in de badkamer, de aanpassingen bij het dragen van kleding; het blijft nog altijd zwaar om dragen… Mijn directe omgeving merkt ook op dat mijn karakter veranderd is. Ik ben hard geworden en dingen die vroeger op de eerste plaats kwamen; zijn minder belangrijk. Oude vrienden verdwenen en nieuwe kwamen. Mijn familie is mij het dierbaarst en we beleven alles veel intenser dan vroeger.

Mijn eerste buitenlandse reis werd mij aangeboden door het UZ Gent (en de vzw vriendenkring). Het was een kuur in Saint-Gervais te Frankrijk. De waterbehandelingen zouden heilzaam zijn voor de littekens. Het was ook de eerste proef voor Belgie. We vertrokken met een groep van 13 mensen uit verschillende ziekenhuizen. Er werden veel ervaringen uitgewisseld; achter elke persoon schuilde een eigen verhaal. Er werd gelachten maar ook veel geweend. Iedereen ervaarde de behandelingen op zijn manier. De meeste vonden ze pijnlijk en vervelend. Sommigen zagen veranderingen van de kleur en de dikte van de littekens. De omgeving was adembenemend mooi en in de namiddagen werden er vele uitstapjes gedaan. Ik voelde mij er zeer goed bij en boekte op alle gebieden vooruitgang. Het was een openbaring en een overwinning op mezelf, na de lijdensweg van een jaar. Of het echt heilzaam is laat ik in het midden. Het staat vast dat je zeker meermaals mloet gaan op een jaar indien je echte blijvende resultaten wilt. Financieel zal dit zeker voor velen niet haalbaar zijn, daar er niet wordt tussengekomen door de ziekenkas. Mijn bevinding is nu: ik heb nog altijd verschrikkelijk jeuk, wondjes komen regelmatig terug, bij vermoeidheid krijg ik ook nog veel pijn, de huid zit strak en sommige littekens uiten zich terug meer. Dus om mijn beweegbaarheid optimaal te houden zullen er waarschijnlijk nog operaties volgen. Ik heb last met mijn geheugen en concentratie. Het maakt me soms opstandig, een beetje agressief. Nieuwjaar komt in zicht. Het is nu 3 jaar geleden. De feestdagen zullen nooit meer zijn als voorheen. Toch kijk ik de toekomst hoopvol tegemoet. Ik kan terug mijn zaak leiden, met behulp van personeel uiteraard, ik wil nog vele reizen maken, maar het allerbelangrijkste is dat ik in 1998 voor de eerste maal grootmoeder word. Met ups en downs mag ik toch wel zeggen dat ik nu terug relatief gelukkig ben, al is het met een nieuwe ik. Ik wens alle brandwondenpatiënten veel doorzettingsvermogen en veel moed toe, geef het nooit op.

Lisette Van Dijck
Uit tijdschrift 1997: Vijf jaar vriendenkring.

Getuigenis 2: Over "gedragen" worden.

Een fractie van een seconde... Je leest het elke dag in de krant, meestal slechts enkele regeltjes tussen de "belangrijke" berichten door. Je staat er even bij stil en bladert verder. Tot het jou overkomt... 24 april 1999... Ons dochtertje Sanne (10 jaar) komt onder een rechtsafdraaiende vrachtwagen terecht. Voor het eerst alleen met haar fiets onderweg naar de Scouts, strandt Sanne op een paar honderd meter van thuis.

In het ASZ van Aalst wordt Sanne onmiddellijk geopereerd. Amputatie van rechterbeen is zeer waarschijnlijk. Ondanks grote doses morfine, heeft ze onnoemelijke pijn. Twee dagen later beslissen de artsen Sanne te laten overbrengen naar het UZ van Gent. Sanne komt er terecht in het Brandwondencentrum.

Overleven. Het zijn hallucinante dagen. In Aalst zijn we dag en nacht bij Sanne gebleven. In het BWC wordt Sanne op een brancard door een soort luik binnengebracht. Zelf moeten we via een andere ingang passeren. Voor de eerste keer volgen we de procedure: schort, kapje, monddoekje en handschoenen. Zelfs Piet Konijn, Sannes knuffel en grote troost, ontsnapt niet aan de strenge regels, en mag pas 's anderendaags na een wasbeurt binnen. Sanne blijft die nacht voor het eerst na haar ongeval helemaal alleen achter.

Bijna drie maanden BWC zullen het worden. Drie maanden met veel pijn en verdriet, operaties, koorts, complicaties en - nu nog steeds - onzekerheid over een al of niet goede afloop. Hoe kan je zo'n periode, waarin je leven je leven niet meer is, door? Er is zoveel dat Sanne moet missen: de gewone dagelijkse dingen, de zusjes Lize (9) en Jana (7), thuis, de school, vriendjes en vriendinnetjes, notenleer en dwarsfluit, jiujitsu en Scouts... Er is zoveel waar Sanne naar uitkeek: het communiefeest van zus Jana en nichtje Ayla, schoolreis, jiujitsu-tornooi, sportdag, scoutskamp, vakantie, familieweekend... De pijn van al dat gemis kan niemand wegnemen. Daar moet Sanne doorheen, hoe dan ook. Maar pijn wordt zachter als ze door veel mensen wordt mee gedragen. Dat hebben we met ons hele gezin aan de lijve ervaren.

Wij duimen voor Sanne! Lize en Jana worden de eerste twee weken bij vrienden Bart en Tine in huis opgenomen en daarna volgens een vast systeem door familie en vrienden hier thuis opgevangen. Ook van de was en de plas hoeven we ons niets aan te trekken. Zo worden alvast de praktische problemen voor ons tot een minimum herleid. Verder beginnen we thuis een dagboek, waarin de zusjes en wij vertellen wat hier gebeurt, en ook bezoekers een woordje neerpennen. Want voor Sanne in het BWC is thuis nu ver weg en onze dagelijkse twee maal twee uren bezoek kunnen uiteraard niet al haar verdriet en pijn opvangen. Maar we staan er niet allen voor. Na korte tijd lijkt van alles op gang te komen. Familie, vrienden, "De Luchtballon" (Sannes school), collegas, allemaal schieten ze in actie om Sanne door de moeilijke maanden heen te helpen. Er komt een stroom kaartjes, brieven, tekeningen, stripverhalen, cadeautjes enz... Het mooie is dat die stroom niet na enkele weken opdroogt. Elke dag weer blijft Sanne haar "gesteriliseerde" post krijgen, drie maanden lang (en zelfs daarna; als ze op de pediatrie ligt en nadien thuis verpleegd wordt).

In "De Luchtballon" is iedereen op één of andere manier met Sanne bezig. Op de video-opname spreken de klasgenootjes haar moed in. Ook zij houden voor Sanne een dagboek bij. De sportdag wordt gefilmd en door een juf van plezante commentaar voorzien. Een kleuterleidster trekt hele filmrolletjes vol: van de kinderen op de speelplaats, de juffen en meester, de schoolreis, de kleuters die met een letterbordje in de handjes de zin "wij duimen voor jou!" vormen. Minstens één keer per week komen er tekeningen of brieven van de verschillende klassen. De leerkrachten spreken af om tijdens de vakantie beurtelings elke week iets naar Sanne te sturen.

Ook vrienden familie zitten niet stil en zorgen voor vaak er persoonlijke attenties die bijblijven: een T-shirt met een opdruk van "The Simpsons" (Sanne is een hevige fan) en "Wij duimen voor Sanne" met daaronder alle namen; een video-opname met een dansje van "de Sanneclub" (=een gelegenheidsclubje bestaande uit het hartsvriendinnetje, haar broer en zussen Lize en Jana), een boek met kindergedichten waaruit Sanne als ze wat beter is aan de telefoon voorleest voor zus Lize. Of nog: op reis in Zuid-Afrika foto's nemen van wilde dieren met op de voorgrond telkens een groot bord waarop "Sanne" staat geschreven, of op bezoek komen met een kruikje met verschillende geuren van bloemen om de "ziekenhuislucht" te verdrijven. Zelfs bezoekers van een andere patiënt brengen op een dag een reuze-clippo van "The Simpsons" voor haar mee. Ook het personeel van het BWC zelf is voor haar en ons een enorme steun. "Ze zouden op hun handen lopen als ze Sanne daarmee konden helpen"; hebben wij vaak tegen elkaar gezegd.

Het gezamenlijke communiefeest van zus Jana en metekind Ayla is voor iedereen moeilijk. Alles wordt gefilmd: van het zich klaarmaken thuis tot de mis en de receptie op school daarna. Veel mensen spreken een woordje van moed in voor de camera. Ook het feest 's namiddags, waarop we met de hele familie samen een zelfgemaakt liedje voor Sanne zingen, wordt opgenomen.

Het jaarlijkse familieweekend in juni - vier dagen Ardennen met oma en opa, kinderen en kleinkinderen - is omwille van Sanne voor onbepaalde tijd uitgesteld. Dat er ook een vervangprogramma voorzien wordt, weten wij niet.

Een letterlijk en figuurlijk hoogtepunt. Wijzelf proberen vanuit het BWC een brug te slaan naar iedereen die met Sanne meeleeft. We maken fotomapjes van Sanne, en de psychologe neemt tweemaal een video van haar op. Ondanks alle steun blijft het voor Sanne vaak zwaar om dragen. En hoewel de zusjes en vriendinnetje Fauve na weken toch eens op bezoek mogen komen, mist ze andere kinderen het meest. "Ze zouden eigenlijk allemaal gewoon eens aan het raam moeten kunnen zwaaien". Deze terloopse opmerking van doopmeter Katrien wordt een concreet plan dat ze samen met schoonzus Anouk uitwerkt op de datum van het afgelaste familieweekend. De verwachte lange en moeizame procedure voor toestemming van het UZ blijkt in de praktijk wonderwel mee te vallen. Het enige probleem is wie toestemming moet geven voor een niet alledaagse vraag: buiten, onder Sannes box op het BWC, een schaarlift plaatsen waarmee op 18 meter hoogte eens "aan het raam gezwaaid kan worden" De PR-dienst van het UZ schakelt de veiligheidsdienst in om parkeerplaats vrij te houden en het BWC-team zegt haar medewerking toe. Een firma stelt een schaarlift ter beschikking en brengt ze met een zware vrachtwagen ter plaatse, volledig gratis als blijkt waarvoor ze moet dienen. Ondertussen maken de kinderen thuis borden en spandoeken.

Sanne en wij weten van niets - zelfs de zusjes zwijgen als vermoord! - maar het valt ons op dat de verpleegsters die dag "raar doen". We zijn niet gewoon dat ze door het raam staan te kijken als we aankomen op de parking. En dan gaat het allemaal heel snel: de verpleegsters "stormen" onverwacht binnen, opeens moeten de gordijnen open en staan ze klaar met videocamera en fototoestel. Buiten voor het raam van de derde verdieping verschijnen lachende gezichtjes en zwaaiende handjes, telkens opnieuw. Wij zullen niet proberen te beschrijven wat er op zo'n moment allemaal door je heen gaat. Maar het heeft Sanne en ons, nu nog steeds, moed om verder te gaan.

Sanne zit momenteel in een rolstoel. Er wacht nog een lange, moeizame weg voor ze, letterlijk, terug op de been zal zijn. Iedereen duimt voor haar, nog altijd. Meer moet dat niet zijn.

(Moeke) Anne Deklerck
Uit tijdschrift 1999 - Zeven jaar vriendenkring.

Getuigenis 3: Hallo, ik ben Sanne.

Ik heb bijna drie maand in het Brandwondencentrum gelegen. Ik heb veel hulp gekregen van de verplegers en verpleegsters. Dat vond ik wel leuk. Soms had ik ook veel verdriet, omdat ik vele mensen miste. Er mocht bijna niemand op bezoek komen buiten de mama's en papa's, en kinderen mochten zeker niet binnen. Maar de familie had een plannetje bedacht. Ze hadden besproken om mij toch te komen bezoeken, maar niet gewoon... Het was met een schaarlift.

Het was net bezoekuur dus waren moeke en vake bij mij. Toen kwam de verpleegster vragen of de gordijnen open mochten. We vroegen ons al af waarom maar we zeiden toch ja. Drie minuutjes later schrokken we ons een ongeluk. Er kwamen allemaal hoofdjes tevoorschijn op de derde verdieping.

Het was familie, vrienden en mijn beste vriendin. Ze kwamen allemaal in groepjes naar boven. Elk groepje had borden en spandoeken bij. Er was onder andere: "Een doos vol moed", spandoeken met "Wij duimen voor jou" en "Oeps, wij vliegen", een "Wegwijzer naar de hemel". Die wegwijzer was bedoeld voor een grote witte ballon. Daarop stond: "Gebedje voor Sanne" en er hing een briefje aan. Op het laatste lieten ze de ballon los en die vloog naar de wolken. Terwijl dat allemaal gebeurde, had ik tranen in de ogen en moest soms wenen.

Dat vond ik de leukste dag in het Brandwondencentrum.

Sanne
Uit tijdschrift 1999 - Zeven jaar vriendenkring.

Getuigenis 4: Verbrand in Cuba.

Op 23 oktober 2000 gaf Anna Fidelia Quirot een voordracht over de gezondheidszorg in Cuba. Anna Fidelia is een gewezen topatlete en behaalde verschillende ereplaatsen op wereldkampioenschappen en Olympische Spelen. In 1993 besliste zij een jaar te stoppen met atletiek om aan haar kinderwens te voldoen. In datzelfde jaar werd Anna slachtoffer van een brandwondenongeval. Door een ontploffing bij haar thuis geraakte zij voor 38% derdegraadsverbrand. Op dat moment was Anna zes maand zwanger. Door dit brandwondenongeval verloor zij haar kind.

Velen beschouwen Cuba als een ontwikkelingsland, en economisch gezien is het ook zo. Door de economische boycot van de Verenigde Staten is Cuba allesbehalve een welvaartstaat. Echter, door de "gezondheid-voor-allen-politiek" van de overheid blijkt het met de gezondheidstoestand van de Cubanen zeer goed te gaan. Dankzij een goed uitgebouwd gezondheidszorgsysteem staat Cuba op de 25ste plaats in de wereld voor wat betreft de gezondheidstoestand van de inwoners. De levensverwachting en de kindersterftecijfers zijn bijna zo goed als in België. Dit is een hele prestatie omdat vaak heel gewone geneesmiddelen niet voorradig zijn. Dit is zondermeer een bewonderenswaardige prestatie voor een land dat gebukt gaat onder een zwaar economisch embargo. Bovendien is de gezondheidszorg in Cuba volledig gratis voor iedereen én voor alle noodzakelijke zorgen, van de behandeling van een verkoudheid tot een hartoperatie.

Zo ook heeft Anna haar volledige hospitalisatie gratis kunnen ondergaan. Anna was gedurende anderhalf jaar gehospitaliseerd. In die periode onderging ze 28 heelkundige ingrepen (huidtransplantaties en correcties). Gezien de ernst van haar toestand en haar langdurige opname voorzag het gezondheidszorgsysteem dat twee familieleden konden verblijven in het ziekenhuis tijdens haar volledige ziekenhuisverblijf. Ook dit was volledig kosteloos. Tijdens haar voordracht legde zij er verschillende keren de nadruk op dat al deze maatregelen voor iedereen gelden in Cuba, en dus geen gevolg waren van haar status als topatlete.

Zoals alle zwaar verbranden heeft Anna moeten terugvechten. Een bewijs van haar moed gaf ze enkele jaren geleden toen ze wereldkampioene werd en een zilveren medaille behaalde op de Olympische spelen van Atlanta.

Nu reist Anna de wereld rond om te getuigen over een degelijke gezondheidszorg in een economische derde-wereld land. Wij zijn blij dat zwaar verbranden ook in armere landen goede kansen hebben. Wellicht zouden de mogelijkheden daar nog beter zijn mocht de economische boycot opgeheven worden.

Annik Timmerman
Stijn Blot
Uit tijdschrift 2000 - Acht jaar vriendenkring

Getuigenis 5: Volendam, nieuwjaar 2001.

Nieuwjaar, een periode van feesten en plezier. Voor de meeste mensen is dit een welgekomen afwisseling uit de dagelijkse sleur, voor anderen een angstige periode om naar uit te kijken. Dit zal zeker van toepassing zijn na wat er zich de afgelopen nieuwjaarsnacht heeft afgespeeld in Volendam. Oh zo ver van bij ons, maar toch dichter dan men denkt.

UZ Gent, 1 januari 2001, een dag die me heel mijn leven zal bijblijven. Als verpleegkundige keek ik al met een bang hart toe naar wat er mij te wachten stond bij het aanvatten van mijn late dienst op het brandwondencentrum. Dit met de tragische beelden van de afgelopen nacht in mijn achterhoofd. Om drie uur in de namiddag kregen we de melding in het centrum of we enkele slachtoffers van de ramp in Volemdam konden opnemen. Ondanks het feit dat het centrum vol lag werd er beslist om drie slachtoffers naar Gent te laten overkomen. De drie minst zwaar verbrande patiënten kregen een vervroegd ontslag uit het centrum en werden naar de low-care bedden op plastische chirurgie getransfereerd. Toch was het nog wachten tot tien uur 's avonds alvorens de eerste patiënt in het centrum aankwam.

Het eerste slachtoffer was een jongeman van 14 jaar met 42% tweede en derdegraads brandwonden. Bij opname moest er zeer snel gehandeld worden daar we al een twintigtal uren na het ongeval waren. Gelukkig waren de eerste zorgen in Nederland heel goed, zodat de patiënt in stabiele toestand werd opgenomen.

Daar drie zware opnames tegelijkertijd onmogelijk waren, werd er beslist om de twee andere slachtoffers op te nemen op intensieve zorgen en daar de eerste zorgen toe te dienen. Dit met de achtergrond dat deze patiënten zo vlug mogelijk naar het centrum zouden worden overgebracht.

Terwijl Sam en Pascaline (die ondertussen waren opgekomen om nachtdienst te doen) zich ontfermden om het eerste slachtoffer, trokken An en ik (de late dienst) met een volle kar aan materiaal naar intensieve zorgen om daar het tweede slachtoffer (meisje van 15 jaar, 40% brandwonden) te behandelen. Het derde slachtoffer (jongen van 16 jaar, 55%) werd behandeld door de mensen van intensieve zorgen. Onze shift was ondertussen al heel wat uitgelopen, zodat het thuisfront werd gewaarschuwd dat het wat later zou zijn eer we thuis waren. Wat later, liep al vlug uit naar heel wat later. De tijd in deze acute fase vliegt als het ware voorbij, de vermoeidheid kan geen vat krijgen daar de adrenaline haar werk doet. Daarbij, in zulke omstandigheden kan men ook maar aan niets anders denken dan deze mensen te helpen en speelt de rest weinig of geen rol. Zonder dat we enig tijdsbesef hadden was het al drie uur in de morgen eer onze drie patiënten goed en wel waren opgevangen en verzorgd. Daarmee was de kous echter nog niet af want er is niet alleen het slachtoffer, maar er zijn ook nog de ouders en familie die je hulp nodig hebben. Deze hulp is van een totaal andere aard, maar is zeker niet te onderschatten.

Voor de ouders van deze slachtoffers ben je als verpleegkundige vaak hun enige houvast en bron van informatie. Zeker wanneer je in een totaal andere omgeving komt (Nederland ten opzichte van België: enkel de taal is gelijk, maar de rest toont grote verschillen) is de ontreddering nog zo groot. En daarom is de opvang, het eerste contact, zo belangrijk voor het verdere vertrouwen van deze mensen. Want weten dat je familielid dat daar ligt in goede handen is, is heel geruststellend. Daarom werd er de nodige tijd genomen om de familie bij de patiënt te laten en uitleg te geven. Wanneer de familie terug naar huis trok richting Nederland, want sommigen hadden meerdere kinderen die slachtoffer waren en die vaak in verschillende brandwondencentra lagen, maakten An en ik aanstalten om ook maar eens naar huis toe te gaan. Want eens de werkdruk wegvalt, val je als het waren in een zak en slaat de vermoeidheid toe.

Doch bij thuiskomst (ook na een dienst van 14 uur continu hard werken), kon ik de slaap niet vatten. De afgelopen nacht spookte steeds door mijn hoofd, het was alsof alles opnieuw werd beleefd. Gelukkig heb je dan je partner en je collega's om alles te helpen verwerken. Want ook al besef je het op dat moment zelf niet, ook wij verpleegkundigen kunnen wel eens nood hebben aan een goed gesprek met iemand die naar ons luistert.

Onze drie patiënten uit Volendam zijn al enkele maanden thuis en stellen het volgens de laatste berichtgeving goed.

Lauwaert Stefaan
Hoofdverpleegkundige BWC
Uit tijdschrift 2001 - Negen jaar vriendenkring.